BIM of GIS? PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Administrator   

Wanneer maak ik gebruik van BIM, wanneer van GIS? Dat valt niet met een schaartje te knippen. Beide werelden groeien naar elkaar toe is mijn stellige overtuiging. BIM bevat meer detail en maakt gebruik van een fijne schaal. GIS is abstracter en gebruikt (vooralsnog) een grovere schaal. Maar hierin komt ras verandering. Beide technieken bieden onbegrensde mogelijkheden. Ze maken beide gebruik van data, informatie. Hoe beter het management van data is georganiseerd, hoe beter beide middelen kunnen worden benut. Goede, betrouwbare data(modellen) vormen de basis. Langzaam maar zeker laat ik de termen BIM en GIS los en spreek ik van Informatie modellen. Deze modellen zijn specifiek (gebruik) en evolueren voortdurend (mate van detail en mogelijkheden). In deze slideshare presentatie laat TNO, Léon van Berlo hoe BIM en GIS benut kunnen worden.

Hieronder ga ik dieper in op ruimtelijk geo-informatie en wordt de verbinding gelegd met bouwinformatie. De onderstaande tekst komt letterlijk uit een rapportage (concept versie 24 juni 2013) opgesteld door de werkgroep 'Ruimtelijke informatie' van de projectorganisatie CB-NL o.l.v. Marcel Reuvers, Geonovum.

Ik sluit af met een aantal voorbeelden van het gebruik van informatie modellen bij beleidsvorming.

Wat is Ruimtelijke Omgevingsinformatie?[1]

Ruimtelijke omgevingsinformatie wordt over het algemeen Geo-informatie genoemd. Geo-informatie is vooral bekend binnen vakgebieden waar expliciet ruimtelijke vraagstukken spelen. Denk daarbij aan de ruimtelijke ordening, waterhuishouding, milieu, landbouw, energievoorziening, beheer openbare ruimte, verkeer en veiligheid. De locatie is een belangrijk aspect van de informatie in deze domeinen.

Geo-informatie wordt veelal geassocieerd met een kaart. Toch komt er niet altijd een kaart aan te pas. Geo-informatie kan namelijk ook administratief weergegeven worden. Zo worden publieksrechtelijke beperkingen op een kadastraal perceel alleen administratief vastgelegd: een bepaalde beperking is wel of niet van kracht voor een specifiek perceelsnummer. En op basis van de postcode en huisnummer kan een burger aan de gemeentebalie ingelicht worden over geplande verandering in de ruimtelijke ordening of via internet over een aanstaande wegopbreking in zijn buurt.

Locatie is een aspect van heel veel informatieobjecten binnen de overheid. Zo’n tachtig procent van alle gegevens van de overheid is direct of indirect te relateren aan een plek op de aarde. Geo-informatie moet dan ook niet als een apart domein worden beschouwd, maar als een kenmerk om de informatievoorziening van de overheid efficiënter en effectiever te maken. Voor de publieke dienstverlening voor burgers en bedrijven en de administratieve lastenverlichting neemt geo-informatie in de elektronische basisvoorzieningen van de overheid een prominente plaats in.

De term geo-informatie is een afkorting van geografische informatie. Het begrip ruimtelijke (omgeving)informatie wordt ook wel gebruikt en betekent hetzelfde.

Geo-informatie omvat alle informatieobjecten die een plaatsgebonden of ruimtelijk aspect hebben. Een ruimtelijk aspect is een verwijzing – een directe of indirecte referentie – naar een plek op de aarde.

Geo-informatie is een aspect van informatie. Het kan de locatie van een fysiek object zijn, zoals een gebouw of kanaal, of de ligging aanduiden van een administratieve eenheid, zoals een gemeente of postcodegebied, of van een abstract gegeven als ‘woonomgevingbeleving’.

De toegevoegde waarde van geo-informatie zit hem in de kracht van visualisatie, analyse en ruimtelijke relatie. Analyse en het leggen van relaties kunnen de samenhang van beleid en bijvoorbeeld de fysieke leefomgeving inzichtelijk maken. Visualisaties maken die samenhang vervolgens begrijpelijk.

In onderstaande figuur zijn Ruimtelijke Omgeving, GWW en B&U ten opzichte van elkaar gepositioneerd. In CB-NL worden deze drie, op dit moment voornamelijk gescheiden, disciplines geïntegreerd. Met CB-NL wordt het mogelijk om elkaar taal te spreken. Veel Ruimtelijke Omgevingsinformatie is beschikbaar. Dit is vooral op schaal 1:500 – 1:25.000. Deze informatie geeft over het algemeen al zo’n schat aan informatie dat in de voorbereidingsfase al de juiste keuzes gemaakt en daardoor risico’s beter beheerd kunnen worden. De begrippen die de Ruimtelijke Omgeving hanteert worden in CB-NL verbonden met de begrippen uit GWW en B&U. Hierdoor wordt aansluiting gemaakt maar zal ook zoals onderstaand figuur aangeeft meer detail op grotere schalen door GWW en B&U worden toegevoegd aan de Ruimtelijke Omgevingsinformatie. Op deze manier integreren deze drie disciplines dankzij CB-NL.

Positionering GWW, B&U en RO

 

Welke vragen kunnen met Ruimtelijke Omgevingsinformatie worden beantwoord?

Een paar voorbeelden van vragen die beantwoord kunnen worden met Ruimtelijke Omgevingsinformatie:

  • Waar in de buurt van dit koop- of huurhuis zijn de openbare voorzieningen? Waar kan ik het meest dichtbij mijn afval wegbrengen?
  • Mag ik hier bouwen? Is de bodem hier verontreinigd?
  • Welke gebieden worden met overstroming bedreigd?
  • Waar is de woonomgevingbeleving het laagst?
  • Waar spreekt overheidsbeleid zich zelf tegen vanuit verschillende wettelijke bepalingen?
  • Waar in een wijk is ruimte om een nieuwe school te plaatsen? En staat die niet te dichtbij coffeeshops en cafés?

Sommige ruimtelijke vragen zijn eenvoudig te beantwoorden. Voor andere vragen is dat veel complexer en moet geo-informatie uit verschillende informatiebronnen van verschillende organisaties met elkaar gecombineerd en geanalyseerd worden. Bijvoorbeeld de vraag van de school vereist tenminste:

  • de mogelijkheden binnen het bestemmingsplan;
  • de woonadressen van de huidige leerlingen;
  • reistijd en afstand van leerlingen naar school;
  • de locaties van de coffeeshops en cafés.

Wat is er allemaal al?

De geo-informatie is een goed georganiseerde community die van origine vooral door de overheid gestuurd werd. Dit verandert door steeds meer private partijen waarvan de bekendste voorbeelden Google en TomTom zijn.

De geo-informatie is beschikbaar en wordt bijgehouden en beheerd.

Veel geo-informatie zijn wettelijk verplichte registraties waarvoor een aantal geldt dat ook het gebruik binnen de overheid verplicht is. CB-NL zal met deze verplichtingen rekening dienen te houden.

Voorbeelden van Geo-informatie

Basisregistraties[2]

Het principe van de basisregistraties is ‘eenmalige inwinning en meervoudig verplicht gebruik’ van gegevens. De overheid moet de gegevens uit de basisregistraties dus verplicht gebruiken en mag deze verzamelingen niet meer zelf opbouwen en bijhouden.

Een aantal basisregistraties is voorzien van directe geo-informatie. Dit zijn:

  • Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG);
  • Basisregistratie Topografie (BRT);
  • Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT);
  • Basisregistratie Kadaster (BRK);
  • Basisregistratie Ondergrond (BRO);
  • Basisregistratie Waarde onroerende zaken (WOZ).

In onderstaande figuur is het gehele stelsel van basisregistraties aangegeven. De wereldbollen geven de aanwezigheid van geo-informatie aan.

Stelsel van basisregistraties

De uitwisseling vindt plaats in de standaarden zoals hieronder vermeld.

Inspire

Inspire is een Europese kaderrichtlijn, in Nederland vertaald naar nationale wetgeving. Oorspronkelijk opgezet vanuit milieutoepassingen leidt INSPIRE, dankzij zijn brede toepassing, tot een algemene Europese geo-informatie infrastructuur. Inspire schrijft voor een belangrijk deel voor hoe de nationale geo-informatie infrastructuur moet worden ingevuld.

 

Voor de inrichting van de Europese geo-informatie infrastructuur hanteert Inspire de volgende basisprincipes:

  • geo-informatie wordt op één passend niveau opgeslagen, beheerd en beschikbaar gesteld;
  • geo-informatie uit verschillende bronnen in de Europese Unie kan op consistente wijze worden gecombineerd en uitgewisseld tussen verschillende gebruikers en toepassingen;
  • geo-informatie die op een bepaald overheidsniveau is verzameld kan worden uitgewisseld met andere overheidsniveaus;
  • geo-informatie wordt onder zodanige voorwaarden beschikbaar gesteld dat grootschalig gebruik ervan niet onnodig wordt belemmerd;
  • beschikbare geo-informatie kan gemakkelijk worden opgezocht en de geschiktheid en gebruiksvoorwaarden kunnen gemakkelijk worden nagegaan.

Inspire heeft betrekking op de volgende 34 thema’s voor geo-informatie.

Tabel  Inspire thema’s

Bijlage I

Bijlage III

  1. Systemen voor verwijzing door middel van coördinaten
  2. Geografisch rastersysteem
  3. Geografische namen
  4. Administratieve eenheden
  5. Adressen
  6. Kadastrale percelen
  7. Vervoersnetwerken
  8. Hydrografie
  9. Beschermde gebieden

 

  1. Statistische eenheden
  2. Gebouwen
  3. Bodem
  4. Landgebruik
  5. Menselijke gezondheid en veiligheid
  6. Nutsdiensten en overheidsdiensten
  7. Milieu bewakingsvoorzieningen
  8. Faciliteiten voor productie en industrie
  9. Faciliteiten voor landbouw en aquacultuur
  10. Spreiding van de bevolking — demografie
  11. Gebiedsbeheer, gebieden waar beperkingen gelden, gereguleerde gebieden en rapportage-eenheden
  12. Gebieden met natuurrisico's
  13. Atmosferische omstandigheden
  14. Meteorologische geografische kenmerken
  15. Oceanografische geografische kenmerken
  16. Zeegebieden
  17. Biogeografische gebieden
  18. Habitats en biotopen
  19. Spreiding van soorten
  20. Energiebronnen
  21. Minerale bronnen

Bijlage II

  1. Hoogte
  2. Bodemgebruik
  3. Ortho beeldvorming
  4. Geologie

Inspire heeft bovenstaande thema’s formeel beschreven in data specificaties. Ieder lidstaat dient haar eigen data beschikbaar te stellen conform deze in Europa verplicht gestelde data specificaties.

De uitwisseling vindt plaats in GML en met WMS services en is beschikbaar als open data.

De hoofdbegrippen uit de inspire thema’s zijn opgenomen GeoConceptRegister-20130506-featureTypes_INSPIRE_Ax_II-III (Annex I komt nog).

Gideon

Gideon[3] (Geografische Informatievoorziening en Dienstverlening ten behoeve van de Elektronische Overheid in Nederland.) is de beleidsnotitie van overheid, bedrijfsleven en wetenschap voor de geo-informatie. Gideon is vastgesteld door de Minister van Infrastructuur en Milieu als portefeuille houder geo-informatie. In Gideon worden de gezamenlijke afspraken gemaakt voor speerpunten, innovatie, infrastructuur, open data, etc. Gideon 1 is voor de periode 2008-2011. Deze periode is verlengd waarbij nu wordt gewerkt aan een vervolg op Gideon, Gideon 2. In Gideon 2 is als een van de vijf speerpunten de bouw en geo-informatie benoemd. Gideon 2 is nog niet gepubliceerd.

Geo-standaarden en architectuur

Geonovum is vanuit de overheid de partij die de geo-standaarden en architectuur voor Nederland coördineert op het gebied van organisatie overstijgende afspraken.

Voor het overzicht van de standaarden, het gebruik, welke standaarden op de pas toe of leg uit lijst staan, etc. wordt verwezen naar het raamwerk van geo-standaarden[4].In Nederland worden de technische standaarden gebruikt van ISO/TC 211 en OGC. Geonovum participeert in beide organisaties.

ISO/TC 211

De International Organisation for Standardisation / Technical committee 211[5] (ISO/TC 211) is een internationale Technische Commissie voor geo-informatie. Het ISO/TC 211-werk richt zich op het ontwikkelen van een gestructureerde reeks van normen (ISO 19100 serie van normen) voor informatie van fenomenen die direct of indirect zijn gerelateerd aan de aarde. Deze normen specificeren voor geo-informatie methoden, tools en services voor datamanagement (inclusief definitie en beschrijving), -verwerving, -processing, -analyse, -toegang, -presentatie en -overdracht in digitaal/elektronisch formaat tussen verschillende gebruikers, systemen en locaties. Het werk sluit waar mogelijk aan op standaarden voor algemene ICT en stelt een kader voor de ontwikkeling van sectorspecifieke toepassingen die geo-informatie gebruiken.

OGC

Het OpenGeospatial Consortium, Inc.[6] (OGC) is een internationale non-profit organisatie die is opgericht om interoperabiliteit voor geografische gegevensverwerking te ontwikkelen, door ontwikkeling van open en uitbreidbare toepassingssoftware en interfaces voor GIS en andere technologieën. Leden (ruim 400) van het OGC zijn zowel  overheidsinstellingen als de industrie en onderwijsinstellingen.

Het OGC ontwikkelt specificaties die bij voldoende volwassenheid worden aangeboden aan ISO/TC 211. OGC ontwikkelt deze specificaties door veelvuldig gebruik te maken van jaarlijkse grote testbeds. OGC ontwikkelt vooral technische implementatie standaarden gerelateerd aan services.

In Nederland ligt de aandacht vooral op de semantiek. De standaarden uit bovenstaande organisaties worden semantisch ingevuld voor Nederland. Denk hierbij aan een bestemmingsvlak, kadastraal perceel, etc. De algemene semantische afspraken zijn vastgelegd in NEN 3610. De verschillende informatiemodellen zijn hier een verdiepingsslag van, zie onderstaande figuur.

Het stelsel van informatiemodellen

In de geo-informatie wordt sinds 2003 geharmoniseerd gewerkt aan een stelsel van informatiemodellen. De sectoren zoals ruimtelijke ordening, topografie, kadaster, natuur, etc. houden zich aan de regels van het basismodel geo-informatie, NEN 3610. NEN 3610 sluit weer aan op Inspire en de ISO 19100 standaarden. Op deze manier is een stevig ‘bouwwerk’ ontstaan dat onderling kan uitwisselen op de verschillende niveaus en op hoofdlijnen dezelfde semantische taal spreekt.

De Inspire thema’s en de informatiemodellen zorgen tezamen voor ruim 50 informatiemodellen (ook wel bronbestanden genoemd in de context van CB-NL).

De hoofdbegrippen uit deze informatiemodellen zijn opgenomen in bijlage GeoConceptRegister-20130506-featureTypes_NL_2.

Nationaal geo-register/PDOK

Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK)[7] [8] ontsluit digitale geodata van de overheid via webservices. Meer dan veertig webservices met digitaal kaartmateriaal zijn al beschikbaar voor hergebruik. Dit zijn grotendeels services op basis van open data en door iedereen kosteloos te gebruiken. Voor de overheid geldt een gegarandeerd serviceniveau: PDOK Basis. Bedrijven gebruiken de services volgens een Fair Use policy.

Publieke Dienstverlening op de Kaart is een samenwerking tussen de ministeries van Infrastructuur en Milieu en Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Rijkswaterstaat en het Kadaster. In vier jaar tijd hebben zij een centrale overheidsvoorziening voor het ontsluiten van geodatasets van nationaal belang gerealiseerd. Dit is een functionele, robuuste, betrouwbare voorziening met actuele data voorzien van goede metadatering. De partners stellen daarnaast eisen aan een gegarandeerde en hoge kwaliteit, leveringsbetrouwbaarheid en een continue dienstverlening. De data voldoet aan nationale en internationale standaarden en te zijn hergebruiken door publieke en private sector. Enkele voorbeelden van de aanwezige datasets.

Voorbeelden PDOK dataset, van liks naar rechts, actueel hoogtebestand, natura 2000 en nationaal wegenbestand

De meeste PDOK bestanden en webservices worden zonder drempels “open” aangeboden. Enkele diensten zijn alleen voor specifieke doelgroepen toegankelijk. Dit wordt bepaald door het toegangsbeleid van de bronhouders van de gegevensbestanden waarop de dienst (de webservice) is gebaseerd. Iedereen kan gebruik maken van de “open” PDOK-diensten, dus zowel overheden als niet overheden. Wel is er een verschil in de dienstenniveaus voor overheden en niet overheden.

Nationaal georegister

Je vindt de PDOK services via het Nationaal Georegister[9]. PDOK beheert deze wegwijzer naar geodatasets in Nederland en is voor Europa de toegangspoort naar de nationale Inspire-data. In het Nationaal Georegister vind je naast verwijzingen naar de PDOK services momenteel ruim 6000 verwijzingen naar Nederlandse datasets, waaronder ongeveer 250 webservices. In het nationaal register worden de datasets uit de lokale of regionale (zoals het provinciaal georegister) verzameld. Het nationaal georegister is daardoor de plek waar alle datasets van Nederland gevonden kunnen worden.

Smart cities

Mooi voorbeelden van toepassing (open) data zijn apps voor Smart cities. Om een beeld te krijgen van smart city toepassingen en hoe die gebruik maken van locatietechnologie, is een inventarisatie van toepassingen gestart. Overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen kunnen via een online formulier toepassingen registreren. Hieronder vindt u het overzicht van de ingevulde resultaten tot nu toe.

Eind 2013 hebben Geonovum en TNO in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu Nederlandse kennis en expertise in beeld gebracht op het gebied van geo-informatie, kennismodellering, sensortechnologie en de ICT toepassingen (apps) daarvan. Doel hiervan is meer zicht te krijgen op de ontwikkeling en toepassing van het concept ‘smart cities’ enerzijds en de potentie van Nederlandse expertise op dit gebied als exportproduct. De resultaten van de inventarisatie presenteren wij op de innovatie-estafette van 2013 in de vorm van een infographic en een website waarop toepassingen worden gepresenteerd.

  • Infographic: De slimme stad weet wat er waar speelt                 Bekijk

  • Infographic: De slimme stad weet wat er waar speelt - integraal Bekijk

  • Infographic: Ingredienten voor slimme toepassingen                   Bekijk

  • Infographic: Locatietechnologie voor slimme steden                    Bekijk

  • Infographic: Slimme toepassingen voor slimme steden                Bekijk

  • Presentatie: 10 ingrediënten voor Smart Cities                           Bekijk

Open data

Geo-informatie is zoals eerder genoemd veelal beschikbaar vanuit de overheid. Omdat geo-informatie over het algemeen feitelijke situaties beschrijft zijn vrijwel geen privacy aspecten van toepassing. Om deze reden is veel overheidsinformatie als open data beschikbaar. Dit biedt veel kansen voor de B&U- en GWW-sector omdat deze drempel voor gebruik betrekkelijk weinig van toepassing is.


[1] http://www.geonovum.nl/sites/default/files/standaarden/nora30.pdf

[2] http://e-overheid.nl/onderwerpen/stelselinformatiepunt/stelsel-van-basisregistraties

[3] http://www.geonovum.nl/dossiers/kennisdoorstroming/GIDEON

[4] http://www.geonovum.nl/sites/default/files/standaarden/20120314_Raamwerk_van_geo-standaarden_versie_2.2_definitief.pdf

[5] www.isotc211.org

[6] www.opengeospatial.org

[7] http://www.geonovum.nl/dossiers/pdok

[8] https://pdok.pleio.nl

[9] www.nationaalgeoregister.nl

Voorbeelden

Tijdens de Stumico bijeenkomst 24 april jl. heeft Hein Corstens, Corstens Informatie-architectuur, een toelichting gegeven op de ontwikkeling en gebruik van gebiedsmodellen. De presentatie is hier na te zien.
Hein Corstens organiseert jaarlijkse seminars op uitnodiging, waar spreekt naast externe sprekers. Een verslag van het seminar gehouden op 31 maart 2015 vind je hier.

In dit artikel wordt ingegaan op de betekenis van informatie over de ondergrond voor planeconomen. Het is enerzijds een pleidooi voor het benutten van geo-informatie bij planeconomie en anderzijds een warm pleidooi informatie te verzamelen en op te slaan op een uniforme wijze, zodat het door een willekeurige gebruiker goed en gemakkelijk ontsloten kan worden. In dit voorbeeld worden informatiemodellen ingezet om in planvorming op de Kop van Zuid in Rotterdam te ondersteunen. De power point presentatie geeft een meer gedetailleerd beeld van de mogelijkheden om meer verantwoord keuzes te maken op papier.

Laatst aangepast op dinsdag, 05 juli 2016 14:07